De Vlechter: Piet-Hein Spieringhs

Al vroeg in het groen
Al ruim voor de oprichting van De Vlechterij in 1995 was Piet-Hein Spieringhs bezig met teen en manden. Hij leerde het vak van Tonny Gerfen die weer een leerling was van de oude mandenvlechter Westendorp en een vakopleiding in Frankrijk had genoten.
Piet-Heins interesse voor het groen was al gewekt tijdens zijn studie Tuinbouw aan de Agrarische Hogeschool, studierichting Tuinbouw in Utrecht.

Na een jaar bedrijfsleiderschap in een groentenbedrijf voor exotische groeten vertrok hij naar Frankrijk om mee te werken in een woon-werkproject met gastenverblijf, melkgeitenhouderij, kaasmakerij en groententuin. Daar heeft hij voor het eerst een cursus mandenvlechten gedaan. Het ‘mandenvirus’ had hem meteen te pakken.

De Vlechterij
Na zijn terugkeer in Nederland werkte Piet-Hein als projectleider met verstandelijk gehandicapten bij een tuinonderhoudsdienst. In deze periode zag hij de kans om zijn droom waar te maken met de oprichting van De Vlechterij.

"Ik was al jaren bezig met vlechten, en wilde niets liever dan zorgen dat dit prachtige ambacht blijft bestaan, inclusief de traditionele technieken voor specifieke mandsoorten. Dat kan alleen door er bekendheid aan te geven en kennis over te dragen." aldus Piet-Hein Spieringhs. "Ik vind het ook belangrijk dat de vele teensoorten, waarmee van oudsher wordt gevlochten, behouden blijven. Daarom is De Vlechterij zo'n veelzijdig bedrijf geworden: naast vlechten van manden en tunen, geef ik ook cursussen, en incidenteel demonstraties op beurzen. Verder teel ik, vaak op experimentele wijze, een grote verscheidenheid aan teensoorten. Na de oogst wordt een groot deel aan andere vlechters verkocht."

De toekomst
Maar Piet-Hein heeft meer ambities dan het vlechten en het behouden van authentieke teensoorten. Het overdragen van de ambachtelijke kennis, en zo voorkome dat deze verloren gaat, is voor hem cruciaal. Hierover zegt hij: "Graag zou ik nog een boek willen uitgeven met onder andere een overzicht van de historische manden. Er is nergens zoiets te vinden en het is toch een stukje Nederlandse cultuur dat verloren dreigt te gaan. Ik ben al heel blij dat er veel mensen de afgelopen jaren manden zijn gaan maken."